Een halve komkommer die slap wordt, een bakje rijst van eergisteren, yoghurt die net over de datum is: herkenbaar? Een groot deel van het voedsel dat in Nederland wordt weggegooid, verdwijnt bij mensen thuis in de afvalbak. Dat is zonde van het eten, van de energie en grondstoffen die nodig waren om het te maken, en van je eigen geld.
Het goede nieuws is dat je met een paar eenvoudige gewoontes al veel kunt veranderen. Je hoeft er geen keukenprins of planningsexpert voor te zijn. Het begint bij de plek waar veel eten ongemerkt vergeten raakt: je koelkast.
Ken de zones in je koelkast
Niet elke plank in de koelkast is even koud. Bovenin is het meestal het minst koud, onderin het koudst. Bewaar daarom vlees, vis en kip op de onderste plank, waar het het koelst is en eventueel lekvocht niet op ander eten druppelt. Zuivel, restjes en kant-en-klare producten zet je op de middelste planken. In de deur, waar de temperatuur het meest schommelt, horen sauzen, jam en dranken.
Stel je koelkast in op ongeveer 4 graden. Is hij warmer, dan bederft eten sneller. Let er ook op dat je hem niet te vol propt: koude lucht moet kunnen circuleren om alles goed gekoeld te houden.
Bewaar groente en fruit slim
Niet alles hoort in de koelkast. Tomaten, bananen, aardappelen en uien bewaar je beter op een koele, donkere plek buiten de koeling. Appels geven een gas af waardoor ander fruit en groente sneller rijpen, dus houd ze apart. Bladgroenten en kruiden blijven langer fris als je ze in een licht vochtige theedoek of een afgesloten bakje bewaart.
Is je wortel of selderij toch wat slap geworden? Zet hem een uur in een glas koud water en hij wordt weer stevig. Rijp fruit dat je niet op tijd opkrijgt, kun je in stukjes snijden en invriezen voor smoothies of in de pap.
Plannen voorkomt te veel kopen
Veel verspilling ontstaat al in de supermarkt. Wie zonder plan boodschappen doet, koopt makkelijk te veel of dubbel. Kijk daarom voor het boodschappen doen even in je koelkast en voorraadkast, en bedenk grofweg wat je de komende dagen eet. Een simpel weekmenu op een briefje helpt al enorm.
Houd daarbij rekening met je agenda. Eet je twee avonden niet thuis, dan heb je ook minder nodig. Plan een vaste restjesdag in, bijvoorbeeld op vrijdag, waarop je opmaakt wat er nog ligt. Wil je meer lezen over duurzame keuzes in en om het huis, dan vind je op Duurzaamheidblogs.nl artikelen en lijstjes die je verder op weg helpen.
Snap het verschil tussen de datums
Op verpakkingen staan twee soorten datums, en die betekenen iets anders. Bij te gebruiken tot gaat het om voedselveiligheid: na die datum kun je het product beter niet meer eten. Dit zie je vaak bij vers vlees, vis en sommige zuivel. Bij ten minste houdbaar tot garandeert de fabrikant de kwaliteit tot die datum, maar is het product daarna vaak nog prima.
Gebruik bij die tweede categorie gewoon je zintuigen: kijken, ruiken en proeven. Yoghurt, pasta, rijst en koekjes zijn na de datum meestal nog goed. Een handige gewoonte is het principe eerst in, eerst uit: zet nieuwe boodschappen achteraan en oudere producten vooraan, zodat je die eerst pakt.
Koken met restjes
Restjes zijn geen probleem maar een basis voor een nieuwe maaltijd. Met een beetje creativiteit maak je er iets lekkers van. Een paar eenvoudige ideeën:
- Gebakken rijst of nasi met groenteresten en een ei
- Soep van overgebleven groenten, eventueel gepureerd
- Een omelet of frittata met wat er nog ligt
- Wraps of tosti’s met restjes vlees, kaas of groente
- Oud brood als wentelteefjes, croutons of paneermeel
Gebruik je vriezer als bondgenoot
De vriezer is een van de beste hulpmiddelen tegen verspilling. Kook je te veel, vries dan porties in voor een drukke avond. Ook brood, geraspte kaas, gehakte kruiden en zelfs gekookte rijst laten zich goed invriezen. Schrijf er met een stift de inhoud en de datum op, zodat je later weet wat je hebt.
Houd ook je vriezer overzichtelijk. Een lijstje op de deur met wat erin ligt voorkomt dat bakjes maandenlang onderin vergeten raken.
